• Dhr. de Jager is met 100 jaar de oudste militair

    Marc Satijn

De Jager oudste in leven zijnde marinier

DOORN Hotze de Jager werd op 6 juli 1916 geboren in Voorschoten. Nu - 100 jaar later - wordt zijn verjaardag groots gevierd en mag hij zich met trots de 'oudste in leven zijnde marinier' noemen. Een titel met een beladen achtergrond.  Ondanks dat De Jager vorige week woensdag de respectabele leeftijd van 100 al heeft behaald, wordt pas aanstaande vrijdag zijn verjaardag groots gevierd. Vorige week kwam er namelijk een wens van De Jager uit: hij mocht zijn verjaardag vieren op de boot van De Zonnebloem. ,,Dit was erg leuk, want ik heb zelf vroeger ook veel gevaren", vertelt de oud-militair.

 

Marc Satijn

In 1934 kwam De Jager in dienst bij de Landmacht - door hem ook wel Landhazen genoemd -  waar hij in 1935 weer vertrok. ,,Ik vond daar niet zoveel aan. Ik wilde naar de mariniers, daar zat veel meer actie in." Met trots laat hij een verkleind model zien van een boot. ,,Dit is de Hr.Ms. Flores, waarop ik in 1936 - na een jaar opleiding - veel gevaren heb tijdens de controle over de wateren in Indonesië. Dat was een mooie maar gevaarlijke tijd." 

 

OORLOG Wat De Jager niet wist was dat zijn missie naar Indonesië een toeloop was naar de Tweede Wereldoorlog die in '40 begon in Nederland. ,,Ik keerde in mei 1940 terug. Vanwege alle omstandigheden kwam onze boot niet verder dan Genua, waar wij per trein naar Nederland moesten reizen."

 

LETSEL Na zijn aankomst in Den Helder mocht De Jager naar Oegstgeest - waar hij jarenlang opgroeide - voor 'tropenverlof'. Wat een fijn verlof had moeten worden resulteerde voor de marinier in een dramatische gebeurtenis. Door bombardementen op Den Helder raakte hij tijdens zijn reis zwaar lichamelijk gewond en kreeg hij letsel aan zijn longen, borst en schouders. Iets waar De Jager tot op heden last van heeft. Ondanks die verwondingen werd hij opgejaagd. ,,Ik was beroeps... daarom konden de Duitsers mij niet met rust laten." Het gevolg: een leven vol onderduikingen, opsluitingen en ontsnappingen.

 

ONTSNAPT Als krijgsgevangene werd hij opgesloten in Castricum, maar wist op slinkse wijze te ontsnappen. ,,Ik weet niet meer zo goed hoe de ontvluchting was. Het was in ieder geval een nare opsluiting in het donker. Ze hebben niet goed op mij gelet, waardoor ik een kans kreeg te ontsnappen, wat wel voor een continue achtervolging zorgde", vertelt De Jager, die daarom van adres naar adres moest.

 

In 1944 kwam De Jager opnieuw vast te zitten in Amersfoort, waaruit hij wéér op eigen kracht wist te ontsnappen. ,,De derde keer dat ik werd opgesloten was in Leiden", vertelt De Jager, die toegeeft dat hij toen bij zijn ontsnapping geholpen is door 'een goede Duitser', met enig dank aan zijn schoonzusje voor de bemiddeling. Hierdoor heeft hij nog enige tijd aan het verzet kunnen deelnemen.

 

LANDMACHT Helaas kon hij - na de bevrijding van Nederland - zijn werkzaamheden bij de mariniers door zijn lichamelijke gezondheid niet voortzetten. Hierdoor kwam hij als burgermilitair in dienst bij de 'Landhazen' in Harderwijk als militair tekenaar, waar hij tot zijn pensioen werkzaam is geweest. ,,Ondanks dat ik bij de landmacht kwam te werken bleef ik marinier. Eens marinier, altijd een marinier!"

 

Toch merkte De Jager na de oorlog al snel dat er geen redelijke opvang was voor militairen met lichamelijk of psychisch letsel, in tegenstelling tot in de landen om ons heen. Al in 1943 sprak De Jager - tijdens zijn eigen behandelingen - met toenmalig minister van oorlog A.B. Benfer over een zogenaamd 'Wit Leger' van doktoren en verplegers in militaire hospitalen. Een voorlopend idee op de in 1945 opgerichte Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers (BNMO). Uiteindelijk heeft hij besloten om binnen het BNMO nog meer te doen voor de opvang van militairen: een succes-idee.

 

Dit succes bleef niet onopgemerkt. In 1961 ontving hij het Bondskruis In Zilver en werd De Jager in 1997 benoemd tot lid van verdienste en lid van het seniorenconvent van de BNMO. Dit jaar ontving hij een oorkonde voor zijn 70-jarige lidmaatschap. Al sinds 1988 woont de Jager zelf ook op De Basis (voorheen De Basis/BNMO) en helpt hij ook mensen. ,,Ik heb zelf ook nog steeds last van de oorlog, want je kunt het niet vergeten. Ook hier word ik dagelijks geconfronteerd met mensen die beschadigd zijn", aldus De Jager, die ook diverse rollen heeft vervult binnen het Contact Oud Mariniers (COM).

 

Aanstaande vrijdag is er voor De Jager een receptie van 14.30 tot 17.00 uur bij het Veteraneninstituut aan de Arnhemse Bovenweg, waar iedereen welkom is. Een bijzonder leven gevierd in stijl.